 ohypua (Sjoftiem) - RechtersTora: Deut. 16:18-21:9Haftara: Jes. 51:12-52:12B'riet Chadasha: Lukas 8:22-26De Eeuwige draagt op om een zuivere vorm van rechtspraak toe te passen, generatie op generatie. Een vorm van justitiële bemoeienis zonder enige vorm van voorkeur, fraude of omkoperij. Er moet sprake zijn van nauwkeurig onderzoek, expliciete waarheidsvinding, een gedegen en meervoudige getuigenverklaring en dit alles zonder vrije interpretatie van de voorgeschreven handleiding (Tora).
Dat deze vorm van rechtspraak wereldwijd nogal wordt verwaarloosd is denk ik wel bekend. Zo zijn er genoeg voorbeelden waarin er naar waarheidsvinding wordt gezocht door naasten van de dader. Of waarin er geen openheid is over het eigen aandeel, maar meer generaliserend wordt geproclameerd dat we allemaal zondig zijn en niet de vinger naar elkaar mogen wijzen.
Ook een veel voorkomend fenomeen is de vorm van rechtspraak waarbij je jezelf helemaal afschermt voor de buitenwereld en je jezelf alleen maar afhankelijk maakt van de Eeuwige, zonder tussenkomst van welke ander medemens dan ook, ongeacht diens positie van medegelovige, voorganger of rechter. Deze ‘tunnelvisie-jurisprudentie’ heeft de kwade neiging tot een vorm van zelfverheerlijking die direct doorvoert naar afgoderij en waarzeggerij, maar ook naar het spreken van een vals getuigenis. Beide items worden in deze parsje behandeld.
Wat verder ook aan de orde komt, is het punt van de wetten met betrekking tot de dood, met name waar het gaat over een onopzettelijke doodslag, in een oorlog en wat er moet gebeuren als er een ontzield lichaam wordt gevonden en niemand weet door wie of waardoor deze persoon om het leven is gekomen.
Een complexiteit in de tijd van het Nieuwe Verbond is de Romeinse cultuur en rechtspraak. In die tijd was er naast de rechtspraak op basis van Tora voornamelijk de Romeinse rechtspraak aan de orde. Er bestond een aantal verschillende vormen: wat wil je met die complexiteit zeggen? veel over Romeins recht , weinig over de parsje
1. Tussen Romeinen onderling was uiteraard het Romeinse recht van toepassing. In het oudste Romeinse recht bestonden vreemdelingen juridisch gesproken niet. Zij konden dus nergens recht op hebben en konden bijvoorbeeld ook geen misdrijven begaan. Maar omgekeerd kon men hen ook straffeloos doden. Pas later werden vreemdelingen in het Romeinse recht wat meer erkend. De uitspraak werd gedaan door een zogenaamde Praetor Urbanus (Rechtspreker over burgers van de stad).
2. Tussen Romeinen en niet-Romeinen was in beginsel ook het Romeinse recht van toepassing. Speciaal voor deze gevallen werd in het jaar 242 voor de gangbare jaartelling (v.g.j.) een speciaal ambt ingesteld: de Praetor Peregrinus (Rechtspreker over vreemdelingen). Door deze constructie werd het Romeins recht ook op de niet-Romeinen toegepast. Ook in dat geval moest het conflict worden opgelost aan de hand van het Romeinse recht.
3. Tussen niet-Romeinen was in beginsel geen Romeins recht van toepassing, maar als ze dit wilden konden ze er wel onder vallen. Ook hier voorzag de Praetor Peregrinus in. Hiermee is niet gezegd dat ze ook alle voordelen van het Romeinse staatsburgerschap zomaar konden verkrijgen. Ze konden alleen hun onderlinge conflicten naar Romeins recht laten beoordelen als ze dit wensten. |